Onlangs heb ik mijn te volgen Twitteraccounts uitgebreid met @scientias. Elke dag krijg ik zo het laatste nieuws over allerlei wetenschap, onderzoek, wetenschappelijk onderzoek en technologie. Vandaag scrolde ik langs een bericht over een haai die een haai eet. Inderdaad bijzonder, want ik geloofde tot voor kort heilig dat de mens de enige diersoort is die zijn soortgenoten willens en wetens omlegt. Mijn interesse was gewekt.
Het artikel ging alleen maar over het feit dat een of andere Wobbegong toch wel uren gedaan moet hebben over het verorberen van een Bruinbandbamboehaai. De wobbegong – lijkt me met zo’n naam een uiterst vriendelijk haai – was 125 centimeter lang. De bruinbandbamboehaai, die kennelijk beter een zwarte band had kunnen halen, was ongeveer een meter lang.
Als ik iets zou moeten eten met een grootte van 80% van mezelf, dan zou ik daar veel langer mee bezig zijn dan een paar uur. De wetenschappelijke ophef kwam niet verder dan verbazing over het feit dat wobbegongen ook grote prooien eten. Mijn menselijke verbazing over het kannibalisme en de korte duur van het verorbertraject is wetenschappelijk dus waarschijnlijk overdreven. Toch weer wat geleerd